Van schuur tot zelfvoorzienend distributiecentrum: het ondernemersverhaal achter De Bommel Meubelen
Op bedrijventerrein De Dordtse Kil III prijkt sinds eind 2019 een opvallend pand: het distributiecentrum van De Bommel Meubelen. Met 16.000 m² aan opslagruimte en 2.000 m² kantoor vormt dit duurzame gebouw het logistieke hart van 15 winkels verspreid over Nederland. Maar achter dat moderne pand schuilt een inspirerend ondernemersverhaal.
In 1992 begonnen twee jonge meubelmakers – onder wie Robert de Hoop, nu directeur – met het maken van grenen tafels in een schuur in het Westland. Zodra er een paar klaar waren, gingen ze op de aanhangwagen langs winkels in de regio. Toen de vraag groeide, openden ze hun eigen winkel in De Lier. De rest is geschiedenis.
In 2008 werd een eigen fabriek in Bosnië geopend. Twee jaar later had De Bommel al vier winkels én een centraal magazijn in Strijen. Inmiddels is het bedrijf uitgegroeid tot een landelijke speler met een eigen ontwerpafdeling, een transport-en servicedienst, en een duidelijke visie op kwaliteit en klantgerichtheid. Door de groei werd het magazijn in Strijen te klein. De keuze viel op Dordrecht vanwege de centrale ligging en de goede bereikbaarheid. Het pand zelf is volledig zelfvoorzienend, dankzij 3.500 zonnepanelen, diverse warmtepompen en moderne klimaatbeheersing – essentieel voor de optimale opslag van meubelen.
De Bommel Meubelen is daarmee niet alleen een voorbeeld van succesvolle groei, maar ook van duurzaam ondernemerschap. Wat begon met twee paar werkhanden in een schuur, is uitgegroeid tot een sterk merk met hart voor vakmanschap én toekomst.
